
Leuke recensies van lezers die De erfenis van De Grote Geus waardeerden...
"Over mannen van staal en schepen van hout."
Over mannen van staal en schepen van hout.
En de beste stuurlui staan aan boord.
Ik hou van bijzondere geschiedenissen en het liefst de geschiedenis die een beetje bizar is. Dat weet u inmiddels al wel. En ik mag er graag over schrijven.
De afgelopen weken las ik het vuistdikke boek 'De erfenis van de Grote Geus'. 'Een boek over mannen van staal en schepen van hout', schrijft de achterflap van het boek. Geschreven door Jaap van de Wal. In 2014 schreef ik al eens over zijn debuutroman 'In naam van Oranje'.
Opnieuw is de tachtigjarige oorlog het toneel van het boek en is de hoofdpersoon Jack van Rijn, een kapitein op een geuzenschip. Ditmaal moet hij achter een erfenis aan van de Hendrik van Brederode, ook wel de grote geus, genoemd. Deze Brederode heeft inderdaad echt bestaan en zijn testament is met wat nevelen omhult. Van de Wal speelt handig met dit feit en geeft er een mooie draai aan.
Na de dood van Brederode zou Leneart de Graeff, ook wel bekend als de graaf van Brugge, de erfenis van Brederode onder zijn hoede hebben genomen. Ook hij heeft echt bestaan en ook onderdelen van zijn leven zijn in nevelen gehuld. De erfenis is zodanig van omvang dat de bezitter ervan een doorslaggevende betekenis kan spelen in de tachtigjarige oorlog.
Zie hier de ingrediënten van een historische achtervolging langs vele plaatsen en plekken. Van de Wal heeft zich uitgeput om de loop van de tachtigjarige oorlog op een knappe manier in te vlechten. Zo komt een prachtige beschrijving van het beleg van Zierikzee voorbij. Ook geeft de roman van Van de Wal een mooi beeld over hoe Willem van Oranje laveerde tussen calvinisten, geuzen en katholieken en hoe hij zeker enige tijd nodig heeft gehad om te groeien van twijfelende Oranje naar de heuse leider van de opstand.
De erfenis van de Grote Geus is geen Dan Brown met korte hoofdstukjes en om de haverklap cliffhangers. Voor sommigen zal dit een aanbeveling zijn en voor andere een afhaker. Het is in ieder geval een boek om te lezen op lange lome dagen met triest weer buiten. Eigenlijk zo'n dag als vandaag dus. De lange hoofdstukken en soms complexe ontwikkelingen nodigen daar absoluut toe uit.
Voor liefhebbers die lekker lang in de geschiedenis willen duiken heeft Jaap van de Wal weer een mooi boek over de tachtigjarige oorlog gemaakt. Zijn boek eindigt in 1577. Hij heeft dus wel wat schrijfvoer over om te schrijven over deze oorlog die pas in 1648 eindigde...
Nederlandse geschiedenis beleven.
Op zoek naar een verdwenen man.
De erfenis van de Grote Geus is de tweede roman waar hoofdrolspeler Jack van Rijn op zoek gaat naar een verdwenen man die een grote rol speelt in de opstand tegen de Spanjaarden. Beeldend geschreven, soms wat ingewikkeld vanwege alle historische verbanden, maar dit boek is een geweldige manier om een stuk Nederlandse geschiedenis te beleven aan de hand van de avonturen van Jack van Rijn.
De opvolger van " in naam van oranje ". spannende roman gebaseerd op gebeurtenissen uit de tachtig jarige oorlog. Begin met lezen, en je legt het niet makkelijk weg. Een aanrader.
Een bijzonder boek wat zich afspeelt in een bijzondere tijd. spannend en soms ook een keiharde realiteit. Eenmaal in het verhaal gezogen laat het je niet meer los.
Magistrale beschrijving van de aanval op Zierikzee.
En strijd over een aardappel.
De jaren tot 2022 staan onvermijdelijk meer dan ooit in het teken van de watergeuzen en de Nederlandse Opstand. Daarom een bespreking van een boek waarin watergeuzen de hoofdpersonen zijn. De erfenis van de Grote Geus is de tweede grote historische roman van Jaap van de Wal na zijn debuut in 2013 met In naam van Oranje. Het in november 2018 uitgekomen boek telt maar liefst 560 pagina’s en zijn eerste heeft er 400. Je moet maar durven als beginnend auteur.
Beide boeken hebben als hoofdpersoon de Rotterdamse geuzenkapitein tegen wil en dank Jack van Rijn, voor zover ik kon nagaan, een verzonnen figuur. Gebeurtenissen uit het eerste boek komen terug in het tweede, maar beide romans kunnen los van elkaar gelezen worden.
Het historische vertrekpunt De “Grote Geus” is natuurlijk Hendrik van Brederode, een watergeus van het eerste uur, vroeg gestorven in 1568. Als het boek begint is het april 1567 en is hij in Amsterdam. Het is het onzekere begin van de Nederlandse Opstand. Niemand kan voorspellen welke kant het zal uitgaan: de wettige heer (Filips II) trouw blijven of je tegen hem verzetten? Wie zullen de rebellie steunen? Oranje had geweigerd de opstandelingen te hulp te komen bij Oosterweel. Hij had ook het Smeekschrift niet ondertekend, maar zijn broer Lodewijk weer wél.
Verhaallijn 1 We maken kennis met Lenaert de Graeff, een schatrijke ijzerhandelaar uit Amsterdam. Hij geniet het volste vertrouwen van Hendrik van Brederode en wordt belast met het beheer en het veilig stellen van diens goudschatten. Als Brederode uit Amsterdam moet vluchten voor de Spaans gezinde autoriteiten is het ook voor De Graeff niet veilig meer. Hij vertrekt met een klein escorte en de kisten vol gouden munten en gaat op zoek naar een veilige plek. Zijn opdracht is het overdragen van de goudschat aan de leider van de Opstand.
De tocht van De Graeff gaat over Wassenaar naar Antwerpen, van daar naar Brugge en vindt een voorlopig einde in Gent. Daar zal hij drie jaren onderduiken en in die tijd laat hij drie schepen bouwen om die aan de vloot van de watergeuzen toe te voegen. Intussen heeft hij een andere identiteit aangenomen en staat hij bekend als de Graaf van Brugge. De ijzerhandelaar neemt met zijn schepen deel aan de inname van Den Briel, nadat hij eerst nog een avontuurtje beleeft met de Duinkerker kapers. Daarna vinden we Lenaert in Dordrecht, waar hij de eerste vrije Statenvergadering bijwoont in juli 1572. Hij ontmoet kopstukken van de Opstand, zoals Lumey en Filips van Marnix van Sint-Aldegonde.
Samen met de geuzenkapitein Boisot wordt De Graeff er op uit gestuurd om in Parijs aan de hugenotenleider De Coligny te vragen om troepen ter beschikking te stellen, waarmee de Opstand in de Nederlanden meer kans van slagen heeft. Het wordt een dramatisch bezoek, want ze belanden in de nasleep van de beruchte Bloedbruiloft van Parijs. Dank zij Hendrik van Navarra (de beoogde troonopvolger van Frankrijk en sympathisant van de Hugenoten) weten Boisot en De Graeff in de Zuid-Franse havenstad La Rochelle te komen, waar ze veilig zijn.
Verhaallijn 2. Zeven jaren nadat Lenaert de Graeff met de noorderzon uit Amsterdam is vertrokken, krijgt de (fictieve) geuzenkapitein Jack van Rijn van geuzenleider Sonoy de opdracht om de van de aardbodem verdwenen ijzerhandelaar op te sporen en te brengen bij Willem van Oranje in Delft. Er is dringend behoefte aan geld voor troepen, want met de Opstand gaat het niet voor de wind. Als kapitein Van Rijn slaagt in zijn missie is de Opstand gered en wacht hem en zijn mannen een vette beloning.
Dan zien we de geuzenkapitein de vluchtroute van Lenaert de Graeff volgen, op een doodlopend spoor stuiten, weer nieuwe informatie krijgen, enzovoort. Het spannende is dat Van Rijn en zijn mannen niet de enigen blijken te zijn die op zoek zijn naar de schat van Brederode. Zowel “vriend” (Lumey) als vijand (de Spaanse commandant Romero) azen op de erfenis van de Grote Geus en hun methoden zijn niet zachtzinnig.
Structuur van het boek. De schrijver heeft de verhaallijn van Lenaert de Graeff en de verhaallijn van Jack van Rijn in zo’n tien stukken geknipt en die stukken vervolgens om en om achter elkaar gezet. Dat betekent voor de lezer dat hij telkens zeven jaar vooruit en dan weer achteruit gaat. Dat stelt hoge eisen aan de kennis van de gebeurtenissen uit de Tachtigjarige Oorlog tussen 1567 en 1577. Telkens moet de lezer zich realiseren wat er zich heeft afgespeeld in de tussentijd van twee hoofdstukken.
De moeite wordt beloond doordat de lezer over informatie beschikt, die de hoofdpersoon van verhaallijn 2 niet kent, maar heel erg begeert. De lezer weet hoe het zit en ziet zijn helden in het duister tasten. Je identificeert je als toeschouwer zo op een bijzondere wijze met de hoofdfiguren in het verhaal. De auteur zorgt er voor dat de spanning langzaam toeneemt. Hij neemt de lezer mee in gevechten alsof deze er tussenin staat. De mislukte en verwoede pogingen van de watergeuzen onder Boisot om Zierikzee te ontzetten (juni 1576) zijn werkelijk magistraal beschreven.
Commentaar. In het boek wordt heel veel de flashback gebruikt en dat maakt het begrijpen ervan niet makkelijk. Je moet bereid zijn om je tanden in het boek te zetten, figuurlijk dan. Knap gedaan is het opvoeren van de twijfel over de goede bedoelingen van de kopstukken van de Opstand. Zijn ze bereid tot offers of zijn het eigenlijk opportunisten, alleen uit op persoonlijk gewin? Door middel van overpeinzingen van de personen in het verhaal wordt de lezer ook getroffen door de wreedheden en smerigheden, die een gewapende strijd met zich meebrengt. De Opstand komt zodoende op indringende wijze binnen.
Irritaties zijn er ook (bij de recensent) vanwege de (vele) grove spellingfouten, het niet correct weergeven van namen en het lukraak gebruik van persoonlijke voornaamwoorden, terwijl niet duidelijk is wie bedoeld wordt. Helemaal vervelend wordt het als de chronologie van de feiten uit de Opstand niet helemaal klopt. Opmerkelijk is dat de schrijver in alle gevallen wanneer hij het over katholieken heeft het hatelijke woord “papen” gebruikt, terwijl hij voor de andere partij neutrale termen hanteert als protestanten, calvinisten of hugenoten.
Als de Briellenaren Van der Wal willen vergeven dat hij er lustig op los fantaseert wanneer hij de inname op 1 april beschrijft, dan wil deze recensent hem vergeven dat hij Romero op een feestmaal vlees met aardappelen laat eten.* *
De aardappelplant in Europa was al een zeldzaamheid anno 1577, maar niemand was nog op het idee gekomen de aardappel ook te eten. Dat zou nog honderd jaar duren.